Skip to main content

Je bedrijfspagina op LinkedIn is nooit af. De meeste bedrijven vullen hem één keer in bij de opstart en raken er daarna niet meer aan. Ondertussen leest niet alleen een bezoeker die pagina, maar ook het algoritme van LinkedIn en, sinds kort, AI. Als daar informatie ontbreekt, mis je zichtbaarheid die je zo had kunnen pakken.

En dat is nog het makkelijke deel. LinkedIn staat over een jaar niet meer waar het vandaag staat. Er komen voortdurend nieuwe features bij, het algoritme wordt continu bijgesteld, en zelfs je eigen publiek verschuift. Wie zijn pagina instelt en daarna jarenlang niet meer aanraakt, verliest gewoon terrein, ook zonder dat er iets zichtbaar mis lijkt te gaan. De spelregels zijn intussen simpelweg veranderd.

Dit artikel loopt met je door 11 concrete dingen die je vandaag nog kunt aanpassen aan je bedrijfspagina, verdeeld over drie blokken: identiteit, netwerk en content. Ik neem je mee aan de hand van real cases met een van onze klanten, van binnen de techniek, HR, Event industry en meer…

Pak je eigen bedrijfspagina erbij, dan kun je meteen meelopen.

1. Identiteit: is de top van je pagina de belofte die je wil maken?

Alles wat bovenaan je pagina staat, is je belofte aan de bezoeker. Bij een bedrijfspagina die “10 op 10” scoort, klopt elk onderdeel hiervan. Niet ergens, overal.

Banner en logo voor die eerste indruk

Dit is het eerste wat iemand ziet. Zorg dat je banner en logo consistent zijn met je merk en scherp staan, geen restjes van een oude huisstijl, geen vage crops. Dit is ook de plek die je herhaalt op de persoonlijke profielen van je collega’s, zodat iedereen die met je bedrijf te maken heeft, meteen dezelfde herkenbaarheid ziet.

  • Check of banner en logo scherp staan en je huidige huisstijl volgen
  • Vraag collega’s om dezelfde banner op hun persoonlijke profiel te zetten

Logo, banner en kopregel zitten allemaal op hetzelfde tabblad “Paginagegevens”.

Kopregel voor een betere vindbaarheid en waardepropositie

De kopregel is de zin net onder je bedrijfsnaam. LinkedIn geeft je hier zo goed als geen ruimte, dus elk woord telt. De kopregel moet drie dingen doen: wat doe je, voor wie doe je het, en wat is je waardepropositie. Een tagline die mooi klinkt maar niks concreets zegt, doet niks voor je vindbaarheid. Het algoritme leest die tekst letterlijk, dus keywords die effectief bij je activiteit horen, horen daar wel in thuis.

  • Herschrijf je kopregel: wat doe je, voor wie, wat is je waardepropositie, in één zin
  • Verwerk minstens één keyword dat bij je activiteit hoort

Je vindt dit veld, “Slogan”, op hetzelfde tabblad “Paginagegevens” als je banner en logo, zie het screenshot hierboven.

Schrijfstijl: stop met “wij, wij, wij”

Dit is misschien wel de belangrijkste kanteling. De meeste bedrijfspagina’s schrijven over zichzelf. Wij doen dit, wij bieden dat, wij zijn trots op. Dat is een passieve stijl die je lezer niet aanspreekt. LinkedIn wil, en je doelpubliek wil dat ook, dat je hen rechtstreeks aanspreekt. “Jij hoeft dit niet zelf uit te zoeken” spreekt rechtstreeks aan. “Wij helpen bedrijven” praat over jezelf. Benoem je doelpublieken letterlijk in je tekst en spreek ze aan met jij. Splits je tekst in duidelijke alinea’s per doelgroep als je er meerdere hebt, zodat iedereen zich meteen aangesproken voelt. Dat is niet alleen prettiger om te lezen, het is ook precies wat LinkedIn indexeert en matcht.

De volledige About gebruiken

Bij “details” geeft LinkedIn je tot 2000 tekens. De meeste bedrijven gebruiken daar een fractie van. Mik op minstens 1200 tot 1500 tekens. Werk met duidelijke tussentitels per onderwerp of doelgroep, in plaats van één alinea die alles samenperst. Dit gaat over leesbaarheid, maar minstens even hard over indexatie en matching. Dat zie je met het blote oog niet, en het gebeurt toch.

Kursaal Oostende zit met 1.268 van de 2.000 tekens netjes in de aanbevolen zone.

Specialismes: je LinkedIn SEO

Onder specialismes kun je tot twintig keywords toevoegen. Dit is letterlijk Search Engine Optimization voor LinkedIn. Denk goed na over welke twintig termen je wilt claimen, en gebruik ze allemaal. Dit is een van de meest vergeten velden op een bedrijfspagina, en tegelijk een van de makkelijkste om in te vullen.

  • Vul alle twintig velden onder specialismes in met keywords die je wilt claimen

Kursaal Oostende gebruikt alle twintig velden, in verschillende talen.

Knoppen voor traffic

Bovenaan je pagina staat een actieknop. Vaak staat die standaard op “stuur een bericht”. Check je statistieken, tabblad bezoekers, en kijk hoeveel klikken die knop de laatste negentig dagen kreeg. Bij een van onze klanten stond die teller op nul. Niemand chat met een bedrijfspagina. Zet die knop op je website in plaats van op een berichtfunctie die toch nooit gebruikt wordt, en je vangt trafiek die je anders gewoon laat liggen.

Zo hoort het: berichtknop uit, aangepaste knop aan en gericht op de eigen website.

Locaties

Onder instellingen kun je meerdere locaties toevoegen naast je hoofdkantoor. Dat is puur vindbaarheid. Heb je vestigingen, filialen of kantoren die voor het publiek open zijn, voeg ze toe. Eén blijft primary, headquarters, de rest werkt mee aan je indexatie in die regio’s.

  • Voeg elke vestiging toe die voor het publiek toegankelijk is, naast je hoofdkantoor

Taalinstellingen

Als je verkeer verwacht uit meerdere taalgebieden, kun je onder instellingen meerdere talen instellen. Dat werkt net zoals een meertalige website. Heb je een duidelijk eentalig publiek, dan is dit minder relevant, maar goed om te weten dat het bestaat.

  • Stel extra talen in als je effectief verkeer verwacht uit meerdere taalgebieden

ITZU Group houdt naam, slogan en beschrijving in het Nederlands, Engels en Frans bij.

Verificatie

LinkedIn rolt een verificatiebadge uit, sector per sector. Je herkent geverifieerde pagina’s aan een vinkje. Om die te krijgen, koppel je een bedrijfsdomein aan je pagina. Interessant detail: als collega’s willen dat hun persoonlijke profiel ook geverifieerd raakt via de bedrijfspagina, hebben ze daarvoor een e-mailadres op dat bedrijfsdomein nodig. Werkt iemand liever met een privémail als hoofdadres, dan kan die het bedrijfsadres gewoon als tweede of derde adres toevoegen bij de contactgegevens. Zo blijft het profiel van je collega ook van hen, ook als ze ooit vertrekken.

  • Koppel je bedrijfsdomein aan de pagina zodra de badge voor jouw sector uitgerold wordt
  • Laat collega’s een tweede of derde e-mailadres op het bedrijfsdomein toevoegen bij hun contactgegevens

Uitgelichte sectie

De uitgelichte sectie is het pinnen van content bovenaan je pagina, zodat een bezoeker meteen ziet wat je nu het belangrijkst vindt. Bouw hier een reflex in per kwartaal, of maandelijks als je dat haalt: wat moet de bezoeker deze maand absoluut zien? Zonder die sectie ziet elke bezoeker gewoon je meest recente post, ook als die niet je sterkste stuk content is.

  • Pin minstens één keer per kwartaal je belangrijkste content bovenaan, maandelijks als je dat haalt

Werkplek en Commitments: employer branding zonder recruiter seats

Dit zit eigenlijk verdeeld over twee tabbladen. Onder “Werkplek” beschrijf je je werkbeleid, hybride, kantoor of remote, en een korte tekst over je bedrijfscultuur. Onder “Meer” vind je “Commitments”: hier kun je met bewijs, denk aan rapporten, artikelen of video’s, tonen waar je als bedrijf voor staat. Duurzaamheid, gelijke kansen, carrièremogelijkheden. Beide tabbladen indexeert LinkedIn mee, dus ook hier geldt: gebruik de ruimte. Dit is anders dan een betaalde recruiter seat, dat is een apart budget voor vacatures, maar deze twee tabbladen zijn standaard beschikbaar en worden structureel onderbenut.

  • Vul “Werkplek” in met je beleid en een korte cultuurtekst
  • Voeg onder “Commitments” minstens één onderbouwd thema toe: duurzaamheid, gelijke kansen of carrièremogelijkheden

Paginabeheer

Kijk wie er als beheerder op je pagina zit. Klopt die lijst nog? Zitten daar mensen bij die allang iets anders doen, of net niet de mensen die er zouden moeten zitten? Zorg dat de verantwoordelijkheid voor de pagina duidelijk bij iemand ligt, in plaats van “dat is een beetje gedeeld”.

  • Overloop de lijst met paginabeheerders en verwijder wie er niet meer hoort te zitten
  • Wijs één iemand aan die eindverantwoordelijk is voor de pagina

2. Nodig maandelijks gericht mensen uit, voor je credits zakken

LinkedIn geeft elke paginabeheerder maandelijks 250 uitnodigingscredits om connecties uit te nodigen om de pagina te volgen. Gebruik je die goed, dan haal je op eigen kracht makkelijk 600 tot 700 volgers per jaar. Bij een van onze klanten leverde dit systeem alleen al 838 nieuwe volgers op in een jaar tijd.

Belangrijk: LinkedIn is bezig die 250 credits te laten zakken naar 50. Wanneer dat definitief ingaat, is niet zeker, maar het staat gepland. Bouw dit dus nu in je routine, niet volgend kwartaal.

  • Ga naar je bedrijfspagina, klik op “uitnodigen om te volgen”
  • Selecteer per beheerder maandelijks de meest relevante connecties, LinkedIn laat geen “selecteer alles” toe, dus reken op tien à vijftien minuten werk
  • Herhaal dit elke maand met elke beheerder die toegang heeft

3. Maak collega’s tijdelijk content-admin, en ga er 10 minuten mee zitten

Elke collega heeft een eigen netwerk, en dat netwerk is minstens even relevant als dat van je communicatieteam. Mailen of screenshots doorsturen met de vraag om mensen uit te nodigen werkt niet, dat weten we uit ervaring bij tientallen bedrijven. Wat wel werkt: maak een collega tijdelijk content-admin, ga er tien minuten fysiek bij zitten, en doe het samen. Zo krijgt die collega ook zijn of haar eigen 250 credits erbij.

  • Kies twee of drie collega’s met een relevant netwerk
  • Geef ze tijdelijk content-admin rechten
  • Ga er zelf tien minuten mee zitten in plaats van instructies te sturen

4. Segmenteer je volgersdata en jaag op de gaten

Onder statistieken zie je exact wie je bezoekers en volgers zijn: locatie, sector, functieniveau, bedrijfsgrootte. Gebruik dat als actielijst. Zie je dat een bepaalde sector of functie ondervertegenwoordigd is terwijl die net cruciaal is voor jou, dan weet je meteen op wie je bij de volgende uitnodigingsronde moet mikken.

  • Ga naar statistieken, kies bezoekers of volgers
  • Bekijk de opsplitsing per locatie, functie, branche en senioriteit
  • Noteer waar de duidelijkste gaten zitten
  • Gebruik die inzichten bij je volgende uitnodigingsronde, filter gericht in plaats van willekeurig

5. Geef wekelijks een handvol nuttige comments

Als iemand je bedrijf tagt in een post, of als een partner iets deelt dat relevant is, reageer daarop vanuit je bedrijfspagina. Elke keer dat je reageert, krijgen de mensen die op die post al actief waren een melding dat jouw bedrijf ook gereageerd heeft. Dat is gratis zichtbaarheid in een netwerk dat niet het jouwe is.

Bouw dit in als vaste routine: ga naar je paginaknop “activiteit”, zie wat er speelt, en reageer waar het zinvol is. Een reactie telt pas mee als die inhoudelijk is, minstens vier à vijf woorden met een relevant woord erin. “Proficiat” of “top!” wordt door LinkedIn niet gepusht.

  • Stel via de feedknop een selectie samen van de twintig à dertig belangrijkste partners en stakeholders
  • Plan wekelijks een vast moment, vijf tot tien nuttige comments
  • Check eerst “activiteit” voor meldingen, dan je samengestelde feed

6. Activeer ambassadeurschap met een guideline

Dit is meestal het zwakste punt op een bedrijfspagina, ook bij onze klant met de sterke cijfers hierboven lag dit duidelijk lager dan de rest: amper 2% van de volgers onderneemt actie op een post, terwijl 8% de norm is. Dat noemen we ambassadeurschap: de mate waarin collega’s liken, reageren, reposten of zelf posten over je bedrijf.

Het probleem is zelden onwil. Het is vaker dat niemand weet wat er precies verwacht wordt, of wat het hen oplevert. Los dat op met een relevantiematrix: een simpel document waarin je uitlegt wat een collega kan doen, van minimale tot maximale inspanning. Liken, reageren, reposten zonder tekst, reposten met eigen tekst, of zelf posten. Maak daarbij duidelijk wat de collega eraan heeft, anders blijft de motivatie laag.

7. Bewaak je postfrequentie, kwaliteit boven kwantiteit

De gemiddelde bedrijfspagina in de Benelux post 1,7 keer per week, alleen originele posts tellen mee, reposts niet. Een van onze klanten zat exact op dat gemiddelde met 162 posts op een jaar en haalde daarmee 444.000 weergaven, volledig organisch. Meer posten is niet automatisch beter. Bij een andere klant die drie keer per dag postte, daalde het bereik juist fors doordat de kwaliteit onder druk kwam. Mik op twee keer per week als haalbaar ritme, en bewaak dat elke post het waard is.

  • Check onder statistieken, content, hoeveel posts je de laatste twaalf maanden had
  • Deel dat door 52 weken voor je gemiddelde per week
  • Vergelijk met het Benelux-gemiddelde van 1,7 per week

8. Kies je contentpijlers, en mix ze

LinkedIn verwacht een mix van soorten content, niet alleen “we hebben iets gedaan, het was leuk”.

De 5 pijlers waar LinkedIn op let

  • Human interest: mensen, projecten en realisaties met een menselijk kantje
  • Educational content: concrete details of cijfers, in plaats van een korte bedankpost
  • Thought leadership: een collega die zijn visie geeft op waar het vakgebied naartoe gaat
  • Employer branding: je cultuur en werkplek tonen
  • Promo content: reclame, traffic, call to actions

Houd het bij een stuk of vijf pijlers, niet acht of tien, en check bij elke post welke pijler je eigenlijk aan het voeden bent.

  • Categoriseer je laatste twintig posts per pijler
  • Zie je een grote scheefheid, bouw dan bewust bij aan de ondervertegenwoordigde pijler
  • Vermijd pure promo, LinkedIn straft alles af dat naar reclame ruikt

9. Voeg video toe als format, en het mag ruw

Amper vijf of zes video’s op een heel jaar, dat zagen we ook bij de klant uit deze case, en dat is bij de meeste bedrijfspagina’s de norm. LinkedIn verwacht geen gepolijste videoproductie met muziekje. Iemand die gewoon op locatie iets uitlegt, werkt net zo goed, soms beter, omdat het menselijk en niet gescript aanvoelt. Denk aan collega’s die vertellen over hun werk, een kijkje achter de schermen, of een korte uitleg bij een project.

  • Bepaal wie je publiek is en wat voor video’s daarbij past
  • Film met een telefoon, het hoeft niet geproduceerd te zijn
  • Zet er ondertitels op, veel mensen kijken zonder geluid

10. Gebruik documents en artikelen als format

Naast foto’s en links heeft LinkedIn ook een documentformaat, in de praktijk een PDF die je als carrousel kunt doorbladeren, en een artikelformaat, een blog binnen het LinkedIn-universum met een eigen unieke URL. Beide worden structureel onderbenut.

Wanneer kies je een document, wanneer een artikel?

Documents zijn ideaal voor projecten met veel cijfers of stappen, denk aan een resultaat met concrete meters, aantallen of een tijdlijn. Artikelen zijn ideaal voor visie- of kennisdeling van een collega, en geven je bovendien een unieke pagina die ook door AI en Google geïndexeerd wordt.

Voorkom dubbele content op je eigen website

Neem nooit een tekst die al op je website staat één op één over als LinkedIn-artikel. Dat levert dubbele content op en concurreert met je eigen SEO. Pas titel en tussentitels aan, en herschrijf het skelet zodat het als een eigen stuk leest.

  • Maak een PDF in PowerPoint, Canva of met AI voor projecten met veel data
  • Herschrijf een bestaand stuk, persbericht of blog, tot een eigen LinkedIn-artikel met aangepaste titel
  • Voeg op het einde van een artikel altijd een korte bio toe

11. Wat bepaalt of je post bereik krijgt, los van je onderwerp?

Bereik is geen toeval, en het hangt niet van één ding af. Drie partijen beslissen mee. Je eigen volgers krijgen de post als eerste te zien, meestal een kleine 5% van je volgers in het eerste uur. Reageren en delen zij, dan komt de post via hun netwerk ook bij mensen terecht die je nog niet volgen, dat is kruisbestuiving. En ondertussen beslist het algoritme van LinkedIn zelf of het de moeite waard vindt om je post te blijven tonen. Klikken wegen daar zwaar in mee, zwaarder dan likes of comments, en die zie je zelf nergens terug in je statistieken.

Wil je dat volgers, niet-volgers en het algoritme je post allemaal belonen, check dan bij elke post op deze vijf punten:

De vijf checkpunten voor elke post

  • Hook: is de eerste regel sterk genoeg om door te lezen zonder op “meer weergeven” te moeten klikken?
  • Visual: stopt de foto, video of het document de scroll, of is het een generieke stockfoto?
  • Promo-gehalte: ruikt de post naar reclame of sales? Dat wordt afgestraft, punt.
  • Keywords: staan de relevante termen erin waarop je gevonden wilt worden?
  • Nut: leert de lezer, binnen of buiten je eigen community, hier iets uit dat hij nog niet wist?

Wat dat concreet betekent voor tekst en links

Bij een van onze klanten lag de doorklikfrequentie op 10%, ruim boven het gemiddelde van 5%, puur omdat de teksten voldoende context en keywords bevatten om mensen nieuwsgierig te maken. Een post die te kort is, met weinig tekst en weinig keywords, geeft het algoritme simpelweg te weinig om op te matchen. Vermijd de Facebook-reflex van “we hebben leuk meegedaan aan X, het was top”. Geef in elke post minstens één ding mee waar de lezer iets uit leert of van opkijkt.

“Alles wat ruikt naar reclame, wordt afgestraft.”

Dat geldt ook voor links. Een link naar je website in een post presteert statistisch iets minder, omdat LinkedIn wil dat mensen op het platform blijven. Voeg je toch een link toe, maak er dan aanvullende info van, geen oproep om te kopen of contact op te nemen.

  • Loop bij elke post de vijf checkpunten hierboven af voor je op publiceren klikt
  • Streef naar minstens vier à vijf zinnen tekst, met concrete keywords erin
  • Gebruik hashtags spaarzaam. Voor vindbaarheid doen ze weinig, als herkenbare merkhashtag hebben ze wel nut
  • Gebruik een link als aanvulling, niet als call-to-action

Conclusie

Een bedrijfspagina die 10 op 10 scoort, is geen kwestie van één grote actie. Het zijn elf kleine, concrete aanpassingen die samen zorgen dat je pagina door bezoekers, door het algoritme, en door AI even goed gelezen wordt. Begin bij Identiteit. Bouw daarna Netwerk en Content op als vaste routine, niet als eenmalige actie. Doe je dat consequent, dan is een organische groei zoals deze cases ook voor jouw bedrijfspagina perfect mogelijk. En neem een kijkje bij toppagina’s zoals Kursaal Oostende, ClearXperts, Mercier Van Lanschot, Terumo EU, Coretec…


Minder experimenteren en snelheid pakken met je sales? 5 manieren:

  1. Vrijdag 11 september 11u12u: Free Webinar 7 belangrijkste LinkedIn shifts die jou en je business impacteren

  2. Vrijdag 16 oktober & vrijdag 11 december 10u-12u30: Online LinkedIn Masterclass: Bereik scoren met het nieuwe LinkedIn algoritme 👉 Reserveer je plek

  3. Do 8 oktober NM: Academy for LinkedIn (Sessie 1) te Hasselt: Impact maken met je Profielpagina, bedrijfspagina en netwerk. Naar die top 1% in je sector en voor AI

  4. Di 20 oktober NM: Academy for LinkedIn (Sessie 2 Advanced)) te Hasselt: Impact maken met je Content, Sales, Tools en AI. 👉 Join de academy

  5. 🚀 Via mijn Online LinkedIn Courses: waar en wanneer je wil. All Access Sales – Marketing – Thought Leadership cursus 👉 Start ook met de courses

Concrete vragen? Stuur me een berichtje via LinkedIn of 👉 Boek een moment in mijn agenda wanneer het jou past

Over Erendiz Ates

Trainer en mede-oprichter van AZ-Solutions helpt bedrijven en professionals hun zakelijk netwerk en merk te laten groeien via een doordachte LinkedIn®-strategie. Gekenmerkt door zijn kwalitatieve en persoonlijke aanpak toont hij de kracht van LinkedIn® & Social, en hoe je dit als volwaardige tool inzet binnen je branding en strategie. Ondertussen gaf hij al meer dan 350+ bedrijven en 3000+ trainees uit verschillende sectoren de nodige boost.

Erendiz Ates, LinkedIn® trainer BeNeLux erendiz@az-solutions.be | www.az-solutions.be